De Dominantietheorie: Hopeloos achterhaald. – Gastblog door Kim Reul

Foto boven: Axana Andreyevna. Akita Pepper en Shiba Kenji

Kim Reul is een van de leden van de Facebookgroep van Shibalog. Met veel kennis van zaken adviseert ze menig Shiba eigenaar in onze groep. Ze bood aan om eens in de pen te klimmen voor een gastblog. En zo geschiedde šŸ™‚

Als trotse onderdaan van 3 prachtige shiba’s krijg ik vaak de vraag hoe ik dat toch doe. Kijk ik misschien vaak naar Cesar Milan? Ben ik een echte alfa? Met 3 shiba’s in huis moet ik wel dominant zijn, toch? Niets is minder waar.

dominantietheorie
Obi , Ran en Mai. De prachtige roedel van Kim.

Waar komt de dominantietheorieĀ vandaan?

dominantietheorieDe dominantietheorie werd voor de eerste keer naar voor gebracht in 1922 door Thorleif Schjelderup-Ebbe in zijn research over
kippen. Hij beschrijft hoe er heftige gevechten ontstaan tussen vreemde kippen, die snel escaleren en resulteren in een sociale ‘pikorde’.
Tijdens de jaren ’70 deden een aantal biologen gelijkaardig onderzoek bij wolven. Om het gedrag goed te kunnen observeren, plaatsten ze enkele wolven in gevangenschap die geen familieband hadden met elkaar. Op de koop toe hadden de dieren niet voldoende voedsel ter beschikking. Daar zagen ze dat er 1 dier een duidelijke leidersfunctie had en dat de anderen in conflicten verzeild raakten om de status van de alfa te betwisten. David L. Mech publiceerde dit en een nieuwe theorie was geboren. Het dominantiemodel werd rechtlijnig toegepast op honden en kende dan ook veel aanhang bij gedragstherapeuten. Veel opvoedingsprogramma’s gaan dan ook uit van dominantietheorie.

David L. Mech bedoelde het goed, maar gaf in 1999 al toe dat hij ‘fout’ zat. Onderzoek, bij wilde wolven, heeft uitgewezen dat een roedel functioneert zoals een familie. De alfa die bestaat niet. Een roedel bestaat standaard uit een ouderpaar en hun pups. Moeder en vader wolf bieden bescherming en veiligheid aan de kleintjes. Zij beschikken over een natuurlijk leiderschap dat ze niet moeten afdwingen. Stabiel gedrag zorgt voor een relatief conflictvrije en rustige roedel. Als er toch een ruzie ontstaat tussen roedelleden, vertoont het ouderpaar net kalmerende signalen, zoals de buik tonen. Duidelijke lichaamstaal zorgt er net voor dat conflicten in de kiem gesmoord worden. Toch spelen sociale verhoudingen, leerervaringen en eigendom een rol in het al of niet ontstaan van een ruzie. Hoe nauwer de band tussen de leden, hoe kleiner de kans op een conflict.

En wat wil dat dan zeggen?

Het dominantiemodel gaat uit van conflict en machtstrijd als basis van onderlinge verhoudingen binnen de roedel. Gedragsproblemen ontstaan dus omdat jij, als baasje, geen duidelijke alfarol opneemt en de hond deze wil inpalmen. Kordaat optreden is dus de boodschap. Vaak wordt deze theorie ook gebruikt om hardhandige manieren van ingrijpen, zoals fysiek straffen, in het nekvel grijpen of op de rug rollen, goed te praten. Maar wat nog belangrijker is, er wordt bij het toepassen van de dominantietheorie helemaal niet gekeken naar de oorzaak van gedragsproblemen. De basis van die problemen is meestal angst of onzekerheid. Niet het willen overnemen van een leiderspositie. Angst kan je niet bestraffen en uiteindelijk zal de hond alleen maar banger worden. Een voorbeeld:

Stel, je bent bang van muizen. Een panische, verlammende angst. Elke keer als je een muis ziet, spring je op een stoel. Je vriendin komt langs en gaat je helpen. Ze toont je een foto van een muis en nog voor je de stoel op kan, geeft ze je een klap in je gezicht. Je bent niet op de stoel gekropen, maar ben je nu van je angst voor muizen af? Ik denk het niet en die vriendin, die vraag je liever ook niet meer op de koffie.

Kortom, honden zitten niet de hele dag in een hoekje een plan uit te dokteren om ons van onze troon als alfa te stoten. Als je een Shiba in huis hebt, kan het wel zijn dat ze samenspannen om je zoveel mogelijk kaasjes af te troggelen, maar dat is gewoon slim zijn.

Hoe moet het dan wel?

Wij mensen zijn een verwarrende soort voor honden. We blaffen bijvoorbeeld de hele tijd ook al is er niets gaande. Ook zijn we vaak niet consequent in het stellen van regels of het gedrag dat we verwachten. Moet je maar eens als hond proberen duidelijk te maken dat je het gewoon niet snapt waarom die gekke vrouw plots je voerbak wegneemt en dan boos wordt als je gromt. Ik ben ook niet te pruimen als ik honger heb en iemand loopt met mijn broodje weg.

Honden beschikken heus wel over complexe leer – en communicatiemogelijkheden, alleen zijn deze vaak veel subtieler dan hoe wij onderling communiceren. Ben je aandachtig voor de signalen die je hond stuurt en reageer je er ook op, dan creĆ«er je een veilige omgeving. Hoe veiliger de omgeving en hoe positiever de band met je hond, hoe meer je van hem gedaan krijgt. Een wederzijdse relatie is zoveel fijner dan controle. Geef je hond de kans om zichzelf te zijn. Een hond die niet gecontroleerd wordt, maar begeleid, ontwikkelt veel meer zelfvertrouwen, vertrouwen in mensen en kan op termijn beter omgaan met de vrijheden die we hem geven.

Positief opvoeden dus?

Positieve leermethoden gaan uit van het aanleren en belonen van, voor ons, gewenst gedrag. Ongewenst gedrag leer je af door een alternatief aan te leren, niet zo zeer door correcties. Het is eigenlijk best simpel: bedenk hoe jij wil dat jouw hond zich gedraagt en train en motiveer je hond om dat gedrag ook te vertonen. Mag je hond op de bank? Geen probleem, als jij dat lekker gezellig vindt. Heeft je hond op 17.00 u razende honger, maar jij nog niet? Geef hem dan eten. Een hond opvoeden, is geen strijd, maar een samenwerking die heel belonend kan zijn, zowel voor de hond als voor de baas. Geniet van de succeservaringen en laat je niet kisten als het even niet zo vlot loopt. Denk maar aan Hachi, de wereldberoemde Akita, die bracht zijn balletje ook maar 1 keer terug, maar dat was meer dan voldoende, toch?

Dominantietheorie
Obi geniet van het leven in zijn roedel.

Bronnen:

Bradshaw, J. (2011). Dit is de hond. Nieuw Amsterdam.

Hetts, S. (2014). 12 Terrible Dog Training Mistakes Owners Make That Ruin Their Dog’s Behavior…And How To Avoid Them. Animal behavior associates.

Horrowitz, A. (2016). De wereld van de hond: wat honden zien, ruiken en weten.

Mech, L. D. & Boitani, L. (Eds). 2003.Ā Wolves: Behavior, Ecology, and Conservation. University of Chicago Press.

Rugaas, T. (2006). On talking terms with dogs: calming signals. Dogwise Publishing.

Stewart, G. (2015). De officiƫle Ahimse gids voor honden. Plasman vertalingen/uitgeverij.

Yin, S. (2010). How to behave so your dog behaves. TFH Publications.

www.moniquebladder.nl

 

 

 

 

 

 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *